Highlights van onze recente onderzoeksuitkomsten

  • adolescent show different neural responsesLinda van Leijenhorst, AIO in het Brain and Development Laboratorium, ontdekte dat de hersenen van adolescenten anders werken wanneer zij een beloning in het vooruitzicht hebben en wanneer zij geld winnen, zelfs als ze een simpele passieve goktaak uitvoeren. Deze resultaten tonen aan dat zelfs op basis niveau de balans tussen cognitieve en emotionele hersengebieden nog kwetsbaar is in de adolescentie, waardoor deze groep gevoeliger is voor beloningsinformatie. Deze resultaten werden gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Cerebral Cortex. Je kunt hier een pdf van het artikel downloaden.
  • Marian Bakermans-Kranenburg en Rien van IJzendoorn ontdekten dat oxytocine receptor genen (OXTR) en serotonine transporter (5-HTT) genen invloed hebben op hoe sensitief ouders op hun kinderen reageren. Bekend is dat zowel oxytocine als serotonine reacties op partners kunnen beïnvloeden, en bij dieren ook een rol spelen bij de verzorging van jongen in de eerste weken na de geboorte. De resultaten van een studie met ruim 150 ouders met peuters lieten zien dat ouders die de minder efficiënte varianten van de oxytocine receptor en seretonine transporter genen hadden, minder sensitief op hun kinderen reageerden. Voor het eerst werd dus gevonden dat genetische verschillen mogelijk ook bij mensen een rol spelen bij de verklaring van verschillen in sensitief ouderschap. Deze resultaten werden gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Social Cognitive and Affective Neuroscience. Je kunt hier een pdf van het artikel downloaden.
  • Sophie van Rijn en Hanna Swaab onderzochten de cognitieve mechanismen die belangrijk zijn voor gedesorganiseerde gedachten in personen met het genetische syndroom [47,XXY]. In een groep van 24 XXY mannen en twee gezonde controle groepen onderzocht zij gedesorganiseerde gedachten met behulp van de Schizotypische Persoonlijkheids Vragenlijst. De resultaten toonden aan de problemen met inhibitie en flexibiliteit een rol speelden bij de verhoogde gevoeligheid voor gedesorganiseerde gedachten in de mannen met XXY syndroom. Daarnaast werd ontdekt dat verminderde lateralisatie van verbale informatie in de XXY groep een indicatie kan geven voor niet-optimale cerebrale specialisatie. Deze resultaten zijn kortgeleden gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Schizophrenia Research. Je kunt hier een pdf van het artikel downloaden.
  • Paul van den Broek heeft samen met zijn collega’s van de University of Minnesota, USA, de cognitieve processen onderzocht die een rol spelen bij goede en moeilijke lezers in de basisschoolleeftijd. Met behulp van eye-tracking, think-aloud protocollen en gestandaardiseerde tests waren zij in staat om processen te onderzoeken zoals begrijpend lezen, executieve functies, semantische kennis en oogbewegingen tijdens het lezen. De resultaten toonden aan dat moeilijke lezers te onderscheiden zijn in verschillende subgroepen, die ieder een eigen profiel hebben van de cognitieve processen die zij toepassen tijdens het lezen. Bovendien verbeterde taalbegrip bij iedere subgroep na een interventie die gericht was op de problemen van die specifieke subgroep. Ook lieten de resultaten systematische ontwikkelingspatronen in de cognitieve processen tijdens begrijpend lezen zien Deze resultaten werden gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Scientific Studies of Reading.